beste-bodem-voor-uw-gazon

De stikstofkringloop

Het toedienen van de juiste hoeveelheid voedingsstoffen, en met name stikstof, aan een fijne grasmat is essentieel om het gras gezond te houden en te zorgen dat het bestand is tegen betreding en omgevingsstress. Te weinig stikstof en het gras verliest zijn kleur, wordt dunner en is vatbaarder voor plagen en ziekten, waardoor onkruid en mos de ruimte krijgen. Bij te veel stikstof wordt de grasplant zwak en raken de koolhydraatreserves uitgeput. Ook dan is het gras vatbaarder voor plagen en ziekten en minder goed bestand tegen omgevingsstress als gevolg van warmte en/of water.

Als je te veel stikstof toepast, loop je ook het risico een deel te verliezen door uitspoeling en denitrificatie en zo kostbare inputs te verspillen. Daarom is het essentieel te begrijpen hoe de stikstofkringloop werkt en hoe stikstof verloren kan gaan, zodat je je meststofgebruik kunt optimaliseren en verliezen en verontreiniging van het lokale milieu tot een minimum kunt beperken.

Wat is de stikstofkringloop?

Als professioneel hovenier weet je waarschijnlijk wel dat stikstof de belangrijkste macronutriënt is die gras nodig heeft om te kunnen groeien. Stikstof zit in grote hoeveelheden in de lucht die we inademen. In deze vorm is stikstof echter niet beschikbaar voor de grasplant om eiwitten te produceren. Het meeste stikstof wordt door planten opgenomen in de geoxideerde vorm (nitraat), maar ook ammonium kan worden opgenomen. Stikstof wordt door processen in de bodem omgezet in ammonium en nitraten als onderdeel van de stikstofkringloop.

Om een goed beeld te krijgen van de processen van de stikstofkringloop, kunnen we de kringloop het beste onderverdelen in vier verschillende fases:

Opname: gras heeft stikstof nodig.

  • Planten nemen nitraat en ammonium op uit de bodem en gebruiken deze voedingsstoffen om te groeien.
  • Het stikstof dat niet door de grasplant wordt opgenomen, kan worden gebruikt door micro-organismen in de bodem of gaat verloren door uitspoeling of denitrificatie.

Aanvoer: als het gras stikstof opneemt, moet het stikstof in de bodem ook weer worden aangevuld.
In een onbeheerde situatie is dit een cyclisch proces.

  • Organisch materiaal bestaande uit dood plantenmateriaal (bladeren, stengels en wortels) wordt afgebroken door microben, waardoor stikstof weer in de bodem komt in de vorm van ammonium.
  • Vlinderbloemigen, zoals klaver (Trifolium), kunnen stikstofgas uit de lucht halen.

In een beheerde situatie worden de grasgroei en de N-voorziening gemanipuleerd.

  • Met behulp van speciale technieken – waaronder beluchting en topdressing – en een goede afwatering kunnen we de afbraak van organisch materiaal in de bodem bevorderen.
  • Eventueel kan er extra stikstof worden toegediend in de vorm van een stikstofmeststof om het gras gezond te houden.

Omzetting: de stikstofkringloop draait om omzetting door microben. Simpel gezegd houdt dit het volgende in:  

  • In een gezonde, goed beluchte en evenwichtige bodemomgeving zetten microben stikstof uit dood organisch materiaal of uit meststoffen om in een vorm die planten kunnen gebruiken.
  • Natuurlijk organisch materiaal of organische meststoffen worden door micro-organismen in de bodem omgezet in ammonium. Dit proces wordt mineralisatie genoemd.
  • Als ureum wordt toegepast als meststof, wordt dit in ammonium omgezet door een specifiek enzym, namelijk urease, dat volop in de bodem aanwezig is.
  • Het ammonium dat voortkomt uit mineralisatie of omzetting van ureum, of dat direct als meststof wordt toegepast, kan worden opgenomen via de wortels van de plant. Ammonium wordt echter ook door bacteriën in de bodem gebruikt. Deze zetten dit om in nitraten, een proces dat nitrificatie wordt genoemd.
  • Nitraten uit nitrificatie of uit een meststof kunnen rechtstreeks via de wortels worden opgenomen en worden gebruikt door de plant.

Verlies
Er zijn verschillende manieren waarop stikstof verloren kan gaan. Uitspoeling is waarschijnlijk de belangrijkste oorzaak van stikstofverliezen, afhankelijk van de omstandigheden, maar ook denitrificatie, vervluchtiging en verlies door verwijdering van maaisel spelen een rol.

  • Uitspoeling is het proces waarbij opgeloste voedingsstoffen met het water wegzakken naar diepere bodemlagen. Nitraten die te ver wegzakken om nog beschikbaar te zijn voor de wortels van planten, maken geen deel meer uit van de stikstofkringloop. Vooral stikstof is uitspoelingsgevoelig omdat we zoveel mogelijk stikstof toedienen aan het gras om de groei te stimuleren, en nitraten en ureum zijn zeer wateroplosbaar en dus zeer mobiel. Stikstof in de vorm van nitraat (NO3) heeft bovendien een negatieve lading en hecht zich daarom niet aan de bodem, aangezien die ook negatief geladen is door de aanwezigheid van kleimineralen en organisch materiaal.
  • Het verlies van stikstof door uitspoeling is doorgaans groter in natte regio’s dan in droge regio’s, omdat er meer water wegzakt in de grond als de hoeveelheid neerslag groter is dan de hoeveelheid vocht die door evapotranspiratie verdwijnt. Lichte zanderige bodems die een hoge infiltratie-/percolatiesnelheid hebben en weinig voedingsstoffen vasthouden, zijn ook vatbaarder voor uitspoeling dan kleibodems en organische bodems bijvoorbeeld.
  • Denitrificatie treedt op bij anaerobe omstandigheden, bijvoorbeeld als de bodem gedurende langere tijd is doordrenkt met water. In deze omstandigheden worden nitraten door anaerobe bacteriën omgezet in stikstofoxidegas, waardoor het weer in de atmosfeer terechtkomt.
  • Als stikstof wordt toegediend in de vorm van ureum, wordt het eerst omgezet in ammoniak (gas). Dit ammoniak reageert met water zodat er ammonium ontstaat dat kan worden opgenomen door het gras. Hoe snel dit proces verloopt, is afhankelijk van verschillende factoren, zoals temperatuur en zuurgraad en vochtigheidsgraad van de bodem. In de vorm van ammoniak is stikstof echter vatbaar voor vervluchtiging (een proces waarbij ammoniakgas in de atmosfeer terechtkomt). Vervluchtiging treedt ook op als ammoniummeststoffen worden toegediend op een alkalische bodem.
  • De laatste vorm van verlies is er een waar je misschien niet altijd bij stilstaat: het verwijderen van maaisel. Maaisel bevat ongeveer 4% stikstof. Door het verwijderen van maaisel kan dit stikstof niet in de bodem worden gerecycled om te dienen als voedingsstof voor planten, maar gaat het verloren. Als de groei te zeer gestimuleerd wordt met meststoffen, neemt de maaifrequentie toe en gaan er grotere hoeveelheden stikstof verloren via maaisel. Een goede balans is dus essentieel.

Tips om stikstofverliezen te beperken
Je verdiepen in de stikstofkringloop en de mogelijke verliezen die kunnen optreden is een goede eerste stap om stikstofverliezen tot een minimum te beperken. Zo bespaar je kosten en kun je tegelijkertijd je speelvelden verbeteren. Er zijn een aantal zaken waar je rekening mee moet houden bij het opstellen van een bemestingsprogramma:

  • Geef niet meer stikstof dan het gras nodig heeft en ga zorgvuldig na wat de groeiomstandigheden op dat moment zijn. Bij te veel stikstof krijg je zwakker gras en raken de koolhydraatreserves uitgeput. Daardoor spoelt het stikstof afhankelijk van het bodemtype en de weersomstandigheden in meer of mindere mate uit. Gebruik bijvoorbeeld groeipotentiemodellen of meet hoeveel maaisel er wordt verwijderd om de groeisnelheid te monitoren en de onderhoudsbehoefte te bepalen.
  • Gebruik meststoffen altijd onder de juiste omstandigheden Strooi korrelmeststoffen bij voorkeur op droog gras als lichte regen is voorspeld, of beregen het gras lichtjes na toepassing. Het vocht is nodig om te zorgen dat de meststofkorrels oplossen en naar de bodem zakken. Bij sommige ureummeststoffen helpt beregening ook om vervluchtiging tot een minimum te beperken. Gebruik organische meststoffen alleen tijdens het groeiseizoen, als de bodemtemperatuur hoog genoeg is voor microbiële activiteit in de bodem, zodat de stikstofbron in de bodem kan worden afgebroken.
  • Gebruik een langzaamwerkende of gecontroleerd vrijkomende meststof als basisvoeding. Een meststof met een coating, zoals de producten van LandscaperPro, zijn heel geschikt als de maaihoogte van het gras hoger is dan 8 mm. Gecoate producten bestaan uit korrels die water uit de omgeving opnemen waardoor de voedingsstoffen geleidelijk aan oplossen. Als de bodemtemperatuur stijgt, neemt de druk in de korrel toe en worden de voedingsstoffen door de semipermeabele laag naar buiten geperst. Hoe snel de voedingsstoffen vrijkomen, is afhankelijk van de dikte van de coating. Dit varieert tussen 2-3 en 8-9 maanden. Het afgiftepatroon wordt niet beïnvloed door de temperatuur, zuurgraad of vochtigheidsgraad van de bodem, en er ontstaat geen groeipiek direct na de toediening. In plaats daarvan komen de voedingsstoffen gecontroleerd vrij voor het gras. Het gevolg is een gezonde, sterke grasplant en een uniforme groei.
  • Denk altijd goed na over de keuze voor een bepaalde meststof en laat je keuze voor granulaat of een vloeibare meststof afhangen van de weersomstandigheden en de tijd van het jaar. Korrelmeststoffen zijn de meest kostenefficiënte bron van voedingsstoffen en zijn eenvoudig in gebruik. Maar als je de groeisnelheid van het gras wilt beïnvloeden of als de weersomstandigheden niet geschikt zijn voor het gebruik van een korrelmeststof, kun je overwegen een vloeibaar product te gebruiken. Hiermee kun je regelmatig kleine hoeveelheden voedingsstoffen toedienen om in de behoeften van het gras te voorzien. Vloeibare meststoffen kunnen als bladmeststof worden toegediend met weinig water. Hierdoor worden de voedingsstoffen door het blad opgenomen en wordt uitspoeling tot een minimum beperkt. Het gras reageert snel, maar de voedingsstoffen moeten wel regelmatig opnieuw worden toegediend.
  • Hanteer verstandige teeltpraktijken om gezonde, diep wortelende planten te bevorderen.
    • Pas bijvoorbeeld de maaihoogte aan aan de omstandigheden: als het gras gedurende langere tijd steeds te kort wordt gemaaid, wortelt het gras minder diep.
    • Geef niet te veel water. Te veel water leidt ook tot ondiep wortelend gras. Denk daarom goed na over de beregening in termen van hoeveelheid, duur en frequentie.
    • Zorg voor voldoende beluchting en afwatering van de grasmat. Een slechte afwatering leidt tot ophoping van organisch materiaal, wat resulteert in ondiep wortelend gras. Daardoor wordt het risico op uitspoeling groter en neemt ook het verlies van stikstof via denitrificatie toe.

Stikstof is dus essentieel voor de groei van de plant, maar is bij verkeerd gebruik ook gevoelig voor uitspoeling en denitrificatie. Denk daarom goed na over het type meststof, de dosering en de wijze van toediening om het verlies van stikstof te beperken. Zo beperk je de kosten én krijg je een betere grasmat. Met een gecoate meststof of een gecontroleerd vrijkomende korrelmeststof kunnen verliezen door uitspoeling en denitrificatie drastisch worden verminderd voor een gezonde, hoogwaardige grasmat met optimale inputs.

Leave a Reply