Omgaan met schaduw

Gazons met veel schaduw kunnen een groot probleem vormen. De meeste hoveniers krijgen er wel eens mee te maken. Gazons liggen vaak dicht bij huizen, garages en schuren, of worden omgeven door bomen en struiken. Dit heeft gevolgen voor de gezondheid, kracht en dichtheid van de grasmat. Het kan lastig zijn om het gras er goed uit te laten zien en er kunnen problemen ontstaan met mos, onkruid en stress. Helaas is het in veel gevallen niet mogelijk om de oorzaak van de schaduw weg te nemen en moeten de grasplanten het doen met het weinige licht dat ze krijgen. Gelukkig zijn er strategieën waarmee hoveniers de gezondheid en het uiterlijk van de grasmat kunnen verbeteren.

Welke invloed heeft schaduw op de grasgroei?
De meeste Noord-Europese wintergrassen hebben elke dag 4 tot 5 uur rechtstreeks of gefilterd zonlicht nodig en worden beïnvloed door de intensiteit, kwaliteit en duur van dat zonlicht. Op schaduwrijke plekken komt er minder licht bij de plant. Hierdoor neemt de fotosynthese in het gras af, en bijgevolg ook de koolhydraatproductie. Koolhydraten zijn onmisbaar voor de groei van planten. Ze vormen bouwstenen voor structuurcomponenten als cellulose (die belangrijk is voor de opbouw van de celwanden) en leveren energie voor de groei van de plant.

Wanneer de koolhydraatproductie als gevolg van schaduw afneemt, vertraagt de groei. De grasplanten hebben minder uitlopers en wortelstokken, wortelen minder goed en vertonen vaak symptomen van langgerekte groei, een fijnere bladstructuur en een langzamere groei met een lagere betredingstolerantie. Het resultaat is een minder aantrekkelijke grasmat met weinig groeikracht die gevoeliger is voor droogte, kou, hitte en infectieziekten.

Constructies en/of beplanting die schaduw veroorzaken, verminderen ook vaak de luchtstromen. Hierdoor gaat de relatieve luchtvochtigheid omhoog, blijft er na regen of irrigatie meer water achter in de bodem en in bladeren en wordt er meer dauw vastgehouden. Als gevolg hiervan zijn gazons in de schaduw ook kwetsbaarder voor mos- en algengroei en voor infectieziekten.

Toptips voor het omgaan met schaduw
Zorg er in eerste instantie altijd voor dat schaduw zo veel mogelijk wordt beperkt:

  • Denk altijd goed na over de groeiwijze en de omvang van het bladerdak van bomen en struiken voordat u ze in een tuin of rond een grasveld plaatst. Dit is vooral belangrijk bij kleine oppervlakken. Bepaalde soorten (zoals veel berkensoorten) hebben kleine bladeren waar het zonlicht gefilterd doorheen valt, terwijl andere soorten (zoals de eik en de beuk) een erg dicht, dik bladerdak hebben dat alle lichtinval op het onderliggende gras tegenhoudt. Groenblijvende naaldbomen zijn nog erger, aangezien die het hele jaar door voor schaduw zorgen en niet, zoals bladverliezende soorten, alleen tijdens het groeiseizoen.
  • Plant geen bomen met ondiepe wortels. Die halen namelijk erg veel water en voedingsstoffen uit de bodem die het gras nodig heeft. Hierdoor vertragen ze de groei en maken ze het nog moeilijker voor de grasplanten om te overleven in de schaduw. Boomsoorten als wilgen en populieren kunnen grote problemen veroorzaken, vooral bij ondergrondse afwatering, doordat ze in hun zoektocht naar water leidingen blokkeren.
  • Verwijder fysieke constructies of grote beplanting aan de oost- en zuidkant, want die zullen de meeste schaduw veroorzaken. Als verwijderen niet mogelijk is, kan met selectief snoeien al een aanzienlijk verschil worden gemaakt, vooral als het bladerdak kan worden verhoogd en verdund om de lichtinval en luchtstromen te verbeteren. Bij een boomchirurg kan professioneel advies worden ingewonnen over goede snoeipraktijken en het verwijderen van bomen.
  • Verplaatsbare objecten, zoals speeltoestellen, moeten regelmatig worden verplaatst, om de betreding van het gras te verdelen en om te voorkomen dat er als gevolg van schaduw te veel stress op het gras komt te staan.

Wanneer schaduw niet kan worden voorkomen, kun je met de volgende strategieën de grasplanten zo goed mogelijk laten gedijen in de minder gunstige omstandigheden om het uiterlijk van de grasmat op peil te houden:

  • Verwijder afval van bomen en andere beplanting altijd zo snel mogelijk. Dit afval verstikt het onderliggende gras en zorgt ervoor dat er meer organisch afval ontstaat in het grondvlak van de grasmat.
  • Laat gras in de schaduw bij het maaien altijd langer en maai het minder vaak. Hierdoor kan het aanwezige bladoppervlak meer zonlicht opvangen en kunnen de planten dieper wortelen om bij het water en de voedingsstoffen te komen die ze nodig hebben. Hoe lang het gras bij het maaien moet worden gelaten, is afhankelijk van de soorten waaruit de grasmat is samengesteld. In principe moet 10-25 mm extra groei voldoende zijn.
  • Meststoffen moeten zorgvuldig worden toegediend, om te voorkomen dat planten langzamer gaan groeien en kwetsbaar worden voor slijtage en infectieziekten. Probeer in het voorjaar, ongeveer vier weken voordat de bladeren aan de bomen komen, een beperkte hoeveelheid gecontroleerd vrijkomende meststof toe te dienen. Indien nodig kan in het najaar, vlak voordat de bladeren vallen, een tweede keer meststof worden toegediend. Er moet dan een product met een hoog kaliumgehalte worden gebruikt, om het gras af te harden (zie Landscaper Pro: Stress Control en Landscaper Pro: Pre-Winter).
  • Dien alleen water toe wanneer dat echt nodig is om het oppervlak zo droog mogelijk te houden. Doe dit in dat geval niet veelvuldig, maar wel diep in de bodem, vooral wanneer omringende bomen ook water nodig hebben.
  • Probeer ochtenddauw altijd met een zachte borstel te verwijderen of schakel over op het laten opdrogen van het gazon om het minder kwetsbaar te maken voor infectieziekten.
  • Controleer de pH van de bodem. Afval van bomen en andere beplanting, met name dennennaalden, kan de bodem-pH verlagen. Als de pH van de bodem lager is dan het aanbevolen niveau (5,0), groeit het gras nog langzamer en kunnen mossen en algen zich gemakkelijker ontwikkelen.
  • Gebruik bij renovaties grassoorten en/of -rassen die tegen schaduw kunnen (zie Landscaper Pro: Sun & Shade). Uitlopervormend roodzwenkgras (Festuca rubra) en gewoon roodzwenkgras (Festuca rubra commutata) doen het vaak goed in de schaduw, terwijl veel raaigrassen er moeite mee hebben.
  • Beperk de aanwezigheid van mos, zodat dat zo min mogelijk licht, water en voedingsstoffen kan opnemen die de grasplanten nodig hebben.

Schaduw vormt een veelvoorkomend probleem voor gazons en tast het uiterlijk en de gezondheid van het gras aan. Hoewel zo veel mogelijk moet worden geprobeerd om de hoeveelheid zonlicht die het gras bereikt te vergroten, kunnen er ook maatregelen worden getroffen om de graskwaliteit te verbeteren en het effect van schaduw op de grasplant te beperken.

Leave a Reply