Vochtregulatie-bewatering-gazon

Waterkwaliteit

De kwaliteit van het gebruikte irrigatiewater kan de bodemgezondheid beïnvloeden en de prestaties van het gras van gazons en grasvelden sterk beperken. Als het gras wordt bewaterd met water van slechte kwaliteit, kan dit leiden tot de volgende aandoeningen (afhankelijk van de grassoorten):

  • verbranden
  • regelmatig terugkerende ziekten zoals fusarium patch en rondeplekkenziekte
  • uitputting van het wortelgestel
  • slechte samenstelling van de grasmat, veel onkruidgrassen zoals straatgras
  • Veel mos/onkruid/algen
  • veel uitwerpselen van regenwormen
  • slechte waterdoorlatendheid
  • slechte bodemstructuur

Soms wordt leidingwater gebruikt voor het besproeien van gras, dit is een betrouwbare bron van goede kwaliteit. Maak waar mogelijk echter gebruik van alternatieve, goedkopere en duurzamere waterbronnen. Daarbij kan het gaan om oppervlaktewater uit beken, rivieren of vijvers, of om grondwatervoorraden. Als deze alternatieve waterbronnen worden gebruikt, is het verstandig om de waterkwaliteit regelmatig te laten analyseren in een laboratorium. Hierdoor kunnen mogelijke problemen met de waterkwaliteit worden vastgesteld. De belangrijkste problemen met de waterkwaliteit worden hieronder beschreven.

Welke factoren kunnen de kwaliteit van het beregeningswater beïnvloeden?

pH
Beregeningswater wordt ingedeeld als zuur, neutraal of alkalisch, weergegeven als een pH-waarde tussen 0-14. Neutraal water heeft een pH van 7,0. Bij een pH onder 7,0 is het water zuur en boven 7,0 is het alkalisch. De pH van het beregeningswater moet worden bepaald door analyse in een laboratorium, hoewel er pH-testkits beschikbaar zijn die een indicatie kunnen geven. Bij water voor beregening van gras wordt een pH-waarde tussen 5,0-8,0 als normaal beschouwd.

Alkaliniteit
Grondwater vertoont vaak alkaliniteit (zuurbufferende capaciteit), wat een maat is voor het vermogen van het water om zuren te neutraliseren. Opgeloste carbonaten en bicarbonaten zoals calciumcarbonaat en magnesiumbicarbonaat zijn de belangrijkste mineralen die bijdragen aan de alkaliniteit van beregeningswater. De alkaliniteit is normaal bij een CaCO3-gehalte van 0-400 mg/l. Regelmatige beregening met water waarvan het gehalte boven 140 mg/l ligt, leidt echter tot stijging van de pH aan het bodemoppervlak, wat sommige grasziekten en de activiteit van regenwormen kan stimuleren en de samenstelling van de grassoorten kan beïnvloeden. De kans op problemen hangt af van de plaatselijke omstandigheden, zoals bodemtextuur, pH en samenstelling van de grasmat.

Elektrisch geleidbaarheid
De geleidbaarheid is een maat voor het vermogen van water om elektrische stroom door te laten. Dit vermogen houdt rechtstreeks verband met de ionenconcentratie in het water. Hoe meer opgeloste zouten en anorganische mineralen in het water aanwezig zijn, hoe groter de geleidbaarheid. Daarom heeft zeer zuiver water een lage geleidbaarheid en is zeewater zeer geleidend. Het normale bereik voor water voor de beregening van gras is 300 tot 800 µS/cm (microsiemens per centimeter). Overweeg bij een geleidbaarheid van het beregeningswater van meer dan 800 µS/cm om minder vaak en lang te beregenen, de drainage te verbeteren en tolerantere grassoorten te kiezen. Bij een gehalte van 2000 µS/cm of hoger is het water zeer fytotoxisch voor het gras en leidt beregening tot verbranding. Sommige grassoorten zijn kwetsbaarder voor zoutschade dan andere. Tot de gevoeligste soorten behoren gewoon struisgras, roodzwenkgras en straatgras.

Sodium Absorption Ration (SAR)
Ook de verhouding van bepaalde elementen in het beregeningswater kan van belang zijn. Zo is de verhouding van natrium tot calcium en magnesium een belangrijke bepalende factor voor de kwaliteit van het beregeningswater. Calcium en magnesium spelen een belangrijke rol bij het in stand houden van de bodemstructuur. Wanneer grond regelmatig wordt beregend met water met een hoog natriumgehalte en een laag magnesium- en calciumgehalte, is de bodem geneigd zijn structuur te verliezen, wat leidt tot een verminderde waterinfiltratie en -doorlaatbaarheid. De SAR wordt gebruikt als maat voor het relatieve natrium-, calcium- en magnesiumgehalte en biedt een goede indicatie voor het risico op beschadiging van de bodemstructuur door het beregeningswater. Een SAR-waarde onder 3 wordt doorgaans beschouwd als veilig voor gras. Water met een SAR van 9 of meer kan aanzienlijke structurele schade veroorzaken bij gebruik op kleigronden. Zandgronden zijn minder gevoelig en verdragen meestal een SAR-waarde tot 10.

IJzer
Een hoog ijzergehalte kan afzettingen veroorzaken in beregenings- en drainagebuizen, waardoor deze verstopt raken. Een gehalte van 0,01 tot 0,2 mg/l wordt als normaal beschouwd, maar een gehalte van meer dan 0,2 mg/l kan problemen opleveren.

Zware metalen
In industriegebieden of in de buurt van metaalmijnen moet ook worden geanalyseerd op het gehalte aan zware metalen zoals koper, zink, lood en cadmium, die in een hoge concentratie allemaal giftig kunnen zijn voor gras.

Toptips om problemen met de waterkwaliteit aan te pakken:

  • Ga je een beregeningsbron voor het eerst gebruiken of een nieuwe bron gebruiken, laat het water dan altijd testen in een gespecialiseerd laboratorium om te zien of er problemen zijn en de juiste behandeling te kiezen. Herhaal deze metingen jaarlijks.
  • Beregen alleen als het nodig is.
  • Overweeg bij een lagere waterkwaliteit grassoorten te gebruiken met een grotere zouttolerantie.
  • Gebruik droogtetolerante soorten op plaatsen met water van onbetrouwbare kwaliteit of waar water schaars is.
  • Zorg voor geïntegreerd onderhoud met als doel een gezonde, diep wortelende grasmat die beter bestand is tegen stress.
  • Behandel kleigrond met gips om de bodemstructuur en -doorlaatbaarheid te verbeteren. Door het extra calcium klonteren de kleideeltjes samen, wat eventuele schade als gevolg van een slechte verhouding tussen natrium, calcium en magnesium compenseert. Op zure grond kan kalk worden gebruikt voor hetzelfde effect. Let wel op dat de pH van de bodem niet te snel stijgt, wat kan leiden tot ziekten en gevolgen heeft voor de samenstelling van de grasmat op de langere termijn.
  • Voeg bij hoge alkaliniteit een geschikt additief toe aan het beregeningswater, indien mogelijk. Calciumbicarbonaat kan het beste worden geneutraliseerd door toevoeging van een kleine hoeveelheid geconcentreerd zuur aan het water. Geconcentreerd salpeterzuur (60 procent w/w) heeft meestal de voorkeur omdat het ook wat stikstof levert, wat de kosten van het gebruik van het zuur helpt te compenseren. Het is zeer belangrijk dat je de juiste hoeveelheid zuur bepaalt die nodig is voor de waterbron. Wordt er iets te veel zuur toegevoegd, dan wordt het beregeningswater zeer zuur.

Houd er rekening mee dat geconcentreerde zuren gevaarlijke chemicaliën zijn, waarmee altijd voorzichtig moet worden omgegaan. Zorg dat het personeel voldoende is opgeleid en is voorzien van alle benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen.

Kwalitatief slecht beregeningswater kan de oorzaak zijn van een aantal problemen met gazons en grasvelden. Laat je waterbron regelmatig testen. Houd er rekening mee dat je wellicht iets moet doen aan de beregeningsstrategie of een additief moet gebruiken om de waterkwaliteit te verbeteren.

Leave a Reply