Zomerstress

Langdurige droogte, vooral in combinatie met hoge temperaturen, vormt een uitdaging bij het onderhoud van een hoogwaardig gazon of grasveld. De optimale temperatuur voor de scheutgroei bij grassen voor koele gebieden zoals meerjarig raaigras, struisgras en zwenkgras ligt tussen 15 en 24°C, voor de wortelgroei is dit slechts 10 tot 18°C. Als de temperatuur een aanzienlijke periode buiten deze bandbreedtes valt, gaat de grasmat waarschijnlijk stresssymptomen vertonen.

Met een geschikt irrigatiesysteem is het makkelijker om dergelijke omstandigheden het hoofd te bieden, maar er zijn veel dingen om rekening mee te houden voor een goed beregeningsprogramma. Daarnaast kan het stressniveau tot een minimum beperkt worden door aanpassingen in ander routinematig onderhoud, zoals maaien. Door goed te letten op de omstandigheden en vroege stresssymptomen kun je zo snel mogelijk veranderingen doorvoeren om te zorgen dat het gras minder stress ondervindt.

Symptomen

Waarop moet je dan letten om te zien of er sprake is van droogte- of warmtestress? Dit zijn de typische symptomen:

  • verwelken
  • kleurverlies, bruin worden
  • ongelijkmatige groei
  • verminderde betredingstolerantie
  • ondiep wortelen
  • ziekten en/of aandoeningen zoals anthracnose en dry patch

Functioneren van de plant en reacties op omgevingsstress

Om omgevingsstress aan te pakken met goede beheerstechnieken moet je begrijpen hoe gras functioneert.

Onder normale omstandigheden gebruiken planten de energie uit zonlicht voor fotosynthese, waarmee ze water en kooldioxide (CO2) omzetten in koolhydraten (voedsel voor de plant). De koolhydraten worden van de bladeren overgebracht naar andere delen van de plant waar ze nodig zijn om eiwitten en plantenweefsel te maken (voor de groei). Ongebruikte koolhydraten worden opgeslagen in wortels en stengels tot ze nodig zijn in periodes met stress.

Microscopische poriën, de huidmondjes, zorgen dat CO2 de plant binnen kan komen voor de fotosynthese, maar ook dat de plant transpireert (waarbij water verdampt uit de bladeren, vergelijkbaar met transpiratie bij de mens) voor verkoeling bij hoge temperaturen.

De grasplanten sluiten hun huidmondjes om water te besparen tijdens langdurige warmte (>26°C) in de wortelzone en/of lucht, in combinatie met een of alle van de volgende zaken: lange dagen, felle zon, weinig luchtbeweging en droogtestress (gebrek aan water). Als gevolg hiervan hoopt zuurstof (O2) zich op en neemt de vastlegging van CO2 af, wat op zijn beurt een negatieve invloed heeft op de fotosynthese en de voedselproductie. Aangezien het gras meer energie verbruikt dan het kan produceren, begint de gezondheid van de planten eronder te lijden:

  • minder wortels
  • verminderde opname van water en voedingsstoffen
  • verminderde weerstand tegen ziekte
  • verminderde betredingstolerantie en langzaam herstel

Toptips voor het omgaan met zomerstress:

  • Bevorder gezonde, diep wortelende planten met verstandige teeltpraktijken.
  • Dien niet te veel stikstof toe, want dit kan leiden tot uitputting van de koolhydraatreserves. Bemest in het voorjaar om reserves op te bouwen voordat de planten worden aangetast door warmte- en droogtestress, en bemest opnieuw in de nazomer/het najaar om de reserves vóór de winter te vervangen. Wees voorzichtig bij het toedienen van stikstof in de zomer. Overweeg het gebruik van een vloeibare meststof om de grasmat gezond te houden.
  • Zorg voor een voldoende hoog kaliumgehalte, want deze voedingsstof speelt een belangrijke rol bij het op peil houden van de turgordruk in planten en is daarmee van grote invloed op de droogtetolerantie. Kalium spoelt gemakkelijk uit en moet daarom bij elke bemesting worden toegevoegd.
  • Zorg voor voldoende afwatering van de grasmat. Slechte afwatering leidt tot ophoping van organisch materiaal, wat resulteert in een ondiep wortelende plant die gevoelig is voor droogte en hittestress.
  • Belucht het oppervlak om een goede luchtuitwisseling te bevorderen en overmatige opbouw van organisch materiaal te vermijden. Door het oppervlak te prikken/spiken blijft het ook open, zodat beregening en regen effect hebben en de afspoeling beperkt blijft.
  • Door beregening koelt het bladoppervlak af en ontvangt de grasmat het benodigde water. Door te veel beregenen neemt het aantal onmisbare beluchtingsporiën echter af, wat een negatieve invloed heeft op de groei en kwaliteit van de grasmat en ziekten in de hand werkt.
  • Maai hoger zodat het gras meer wortels kan behouden. Dat helpt om zoveel mogelijk water op te nemen en de interne temperatuur zo laag mogelijk te houden, zodat er zo weinig mogelijk stress is.
  • Kies droogtetolerante soorten bij het aanleggen van een nieuw gazon of het doorzaaien van een bestaand gazon. Zwenkgras en struisgras hebben een goede droogtetolerantie, evenals veldbeemdgras en veel dwergrassen van meerjarig raaigras. Gebruik geen straatgras, want dit wortelt ondiep en is daardoor zeer gevoelig voor droogte.

Leave a Reply